Afsya: Bescherm het inheemse bos

In West Papua is de noken veel meer dan een gebruiksvoorwerp. Deze met de hand geknoopte of geweven draagtas, gemaakt van vezels uit boomschors of bladeren, speelt een centrale rol in het dagelijks leven én in de cultuur. Zowel mannen als vrouwen gebruiken de tas om voedsel, vis, brandhout of zelfs een baby te dragen. Maar de noken wordt ook ingezet tijdens rituelen, bijvoorbeeld als vredesoffer.

 

Het maakproces is arbeidsintensief en vereist geduld en vakmanschap. De vezels worden verhit, geweekt, gedroogd en vervolgens tot draad verwerkt. Daarna wordt elke tas met de hand geknoopt of geweven – een techniek die maanden kost om te leren. Deze kennis wordt meestal mondeling doorgegeven, van moeder op dochter. Maar het aantal mensen dat deze traditie beheerst, neemt snel af.

 

Elke regio in West Papua kent zijn eigen stijl en betekenis. In Paniai heet de tas agiya, rond het Sentanimeer holoboi en in de Baliemvallei Su-ebe. Sommige mannennokens zijn verbonden aan initiatierituelen, andere staan symbool voor vrede, vruchtbaarheid of sociale status. Grote tassen, bekend als adel noken, hebben vaak een ceremoniële functie.

In 2012 werd de noken door UNESCO erkend als immaterieel cultureel erfgoed dat dringend bescherming nodig heeft. Toch wordt de traditionele vorm bedreigd door goedkope plastic varianten, bedoeld voor toeristen. Tegelijkertijd blijven veel vrouwen inheemse nokens maken, niet alleen om hun cultuur levend te houden, maar ook om een inkomen te verdienen – bijvoorbeeld om schoolgeld voor hun kinderen te betalen.

De noken laat zien hoe cultuur en dagelijks leven in West Papua met elkaar verweven zijn. Het is een tastbaar symbool van kennis, zorg en verbondenheid – van generatie op generatie.