Vluchten voor geweld: de onbekende crisis in West Papua

Afbeelding: Human Rights Monitor
Afbeelding: Human Rights Monitor

Hoe militaire operaties het dagelijks leven ontwrichten in West Papua

 

Sinds 2018 is er in West Papua sprake van een stille humanitaire ramp. Meer dan 80.000 mensen, vooral vrouwen en kinderen, zijn hun huizen ontvlucht vanwege gewapende conflicten tussen het Indonesische leger en het Papoea vrijheidsleger (TPN-PB). Deze confrontaties vinden vaak plaats in gebieden waar natuurlijke rijkdommen worden geëxploiteerd, zoals bij mijnbouwprojecten. Tijdens de jacht op leden van het vrijheidsleger worden dorpen platgebrand of ingenomen. Ook burgers worden niet ontzien: ze raken gewond of worden gedood omdat ze ten onrechte worden beschouwd als ‘terrorist’. Burgers zoeken veiligheid in de bossen, waar ze noodgedwongen leven in geïmproviseerde kampen. Ze hebben nauwelijks of geen toegang tot voedsel of gezondheidszorg. Ook kunnen kinderen niet naar school. De situatie is schrijnend.

Volgens het rapport Scorched Earth van Human Rights Monitor (oktober 2024) is sprake van een patroon: militaire acties richten zich niet alleen op gewapende strijders, maar op hele dorpen. De inzet van geweld lijkt systematisch en gericht op het verdrijven van Inheemse gemeenschappen. In het rapport wordt gesproken van “misdaden tegen de menselijkheid”, waaronder marteling, verdwijningen en gedwongen deportaties. Hoewel Indonesië het Statuut van Rome – waarin deze misdaden strafbaar zijn gesteld – niet heeft ondertekend, is het op grond van eigen wetgeving verplicht deze ernstige schendingen te onderzoeken. Tot op heden is daar weinig van terechtgekomen. De situatie blijft onderbelicht.

Intussen duurt de crisis voort en zijn bijna 80.000 mensen in West Papua ontheemd. Hun verhalen blijven ongehoord. De documentaire Mijn naam is Vluchteling van Jubi TV toont de gezichten achter deze cijfers. Kinderen, moeders, grootouders – mensen die hun thuis moesten verlaten zonder te weten of ze ooit nog terug kunnen.