Periode: Oorsprong en eerste contacten
(50.000 v.Chr. – 1848)
Ca 50.000 geleden
De eerste Papoea’s
Archeologisch onderzoek toont aan dat mensen al minstens 50.000 jaar geleden leefden in wat nu West Papua is. Tijdens hun migratie vanuit Afrika bereikten de eerste bewoners het eiland via zee en eilanden zoals Wallacea. Zij pasten zich aan aan het enorm gevarieerde landschap: van koraalriffen tot bergwouden, van moerassen tot tropisch regenwoud. Deze mensen ontwikkelden manieren om in balans met hun omgeving te leven – kennis die tot op de dag van vandaag doorwerkt in de gemeenschappen van West Papua.
1526
De naam Nieuw-Guinea
De Portugees Jorge de Meneses zet voet aan wal op de Raja Ampat-eilanden bij West Papua. Enkele jaren later, in 1545, gaf de Spaanse ontdekkingsreiziger Yñigo Ortiz de Retez het gebied de naam Nova Guinea vanwege de gelijkenis die hij zag tussen de lokale bevolking en die van Guinee in Afrika.
1828
Nederlandse claim over westelijk Nieuw-Guinea
De Nederlanders vestigen hun eerste voorpost, Fort Du Bus, aan de westkust – voornamelijk om hun specerijgebieden in de naburige Molukken te beschermen. Deze nederzetting wordt binnen tien jaar weer verlaten, maar Nederland claimt wel het westelijke deel van Nieuw-Guinea als territorium.
Koloniale tijd en spiritueel verzet
(1848–1945)
1848
Koloniale grens
Met een verdrag tussen Nederland en Groot-Brittannië wordt de oost-westgrens van Nieuw-Guinea op de 141e meridiaan oosterlengte vastgelegd. Het oostelijke deel komt daarna onder Brits (en later Australisch) en Duits koloniaal gezag, terwijl het westelijke deel – het latere West Papua – onder Nederlands bestuur blijft.
1938
Angganita Menufandu:
verzetsvrouw van het eerste uur De Koreri-beweging onder leiding van Papoea vrouw Angganita Menufandu op Biak (1938–1942) levert een belangrijke bijdrage aan het Papoea nationalisme. Menufandu combineert spiritualiteit met christelijke symboliek en roept op tot vreedzaam verzet tegen het Nederlandse koloniale gezag, zoals het negeren van dwangarbeid en het verbod op Biakse traditionele dansen en rituelen (wor). Historici beschouwen haar verzet en leiderschap als een vroege uiting van het Papoea nationalisme en de onafhankelijkheidsstrijd.
1942
Japanse bezetting
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Nederlands-Nieuw-Guinea bezet door Japan. Veel Papoea’s verwelkomden de Japanners eerst als bevrijders van de Nederlandse koloniale onderdrukking, maar keerden zich later ook tegen de wreedheden van de Japanse bezetting.
De droom van zelfbeschikking
(1945–1961)
1945
17 augustus: Indonesië roept onafhankelijkheid uit
West Papua wordt hierin niet meegenomen en blijft onder Nederlands bestuur. Voor veel Papoea’s is dit het begin van een periode van onzekerheid over hun politieke toekomst. Terwijl elders in de regio onafhankelijkheid wordt gevierd, blijft voor de bevolking van West Papua de toekomst onduidelijk. Er is nog weinig internationale aandacht voor hun eigen aspiraties en identiteit.
1951
Indonesische claim op West Papua
Indonesië claimt dat West Papua deel uitmaakt van haar grondgebied. Voor de Papoea’s komt deze claim onverwacht en zonder hun instemming. Het markeert het begin van een diplomatiek conflict waarbij er over hun toekomst wordt beslist zonder dat Papoea leiders en gemeenschappen worden gehoord in internationale onderhandelingen. Hun zorgen over zelfbeschikking, cultuurbehoud en landrechten blijven genegeerd. Deze periode wordt gekenmerkt door groeiend bewustzijn onder Papoea’s dat zij zelf moeten opkomen voor hun politieke en culturele rechten.
1961
Verkiezingen voor de Nieuw-Guinea Raad
In januari –maart vinden de eerste verkiezingen voor de Nieuw Guinea Raad plaats. Voor het eerst krijgen Papoea’s de kans om via democratische verkiezingen hun vertegenwoordigers te kiezen – een mijlpaal in de erkenning van hun politieke aspiraties.
5 april:
installatie van de Nieuw Guinea Raad
De raad, met onder meer Nicolaas Jouwe, Markus Kaisiëpo, Frits Kirihio, Willem Zonggonau en Dorkas Hanasbei, het enige vrouwelijk lid. De raad weerspiegelt de diversiteit van Papoea gemeenschappen en markeert een historisch moment van zelforganisatie. Het geeft Papoea’s hoop op een vreedzame, zelfstandige toekomst waarin zij zélf over hun land en cultuur kunnen beslissen.
1 december:
installatie officiële symbolen
De Papoea vlag, de Morgenster, het volkslied en het wapen worden officieel in gebruik genomen. Voor Papoea’s is dit een dag van erkenning, trots en collectieve hoop op een eigen natie. Indonesië ziet het als een provocatie en dreigt met militair ingrijpen. In januari 1962 kwam het tot een gewapend treffen bij Vlakke Hoek.
Integratie en verzet
(1961–1998)
1962
‘Plan Bunker’
Nederland raakt internationaal geïsoleerd. Onder druk van de Verenigde Staten wordt gezocht naar een diplomatieke oplossing met Indonesië, waarbij geopolitieke belangen zwaarder wegen dan het recht op zelfbeschikking van de Papoea’s. Zonder enige vorm van consultatie of instemming van het Papoea volk stemt Nederland in met het ‘Plan Bunker’.
Overdracht tijdelijk VN-bestuur
Op 1 oktober 1962 draagt Nederland het bestuur over aan de VN, die het op 1 mei 1963 overdraagt aan Indonesië. Na 134 jaar loopt het Nederlandse bestuur over Nederlands Nieuw-Guinea ten einde. Voor Papoea’s voelt dit als verraad: hun net opgebouwde instituties en dromen worden doelbewust ondermijnd.
New York Agreement
Op 15 augustus wordt de New York agreement ondertekend, wederom zonder Papoea’s aan tafel. In plaats van erkenning, volgt overname.
1962-1963
Repatriëring van Nederlanders uit voormalig Nederlands-Nieuw-Guinea
De repatriëring van Nederlanders uit voormalig Nederlands-Nieuw-Guinea vond plaats tussen augustus 1962 en begin 1963, als gevolg van de overdracht van het gebied aan de Verenigde Naties en vervolgens aan Indonesië. Deze operatie betrof zowel burgers als militairen en werd grotendeels per luchtbrug uitgevoerd.
1963
VN-bestuur draagt West Papua over aan Indonesië
Nederland gaat in mei akkoord met de overdracht van het tijdelijk VN-bestuur aan Indonesië – met name onder druk van de Verenigde Staten. Voor Papoea’s is dit het begin van een periode van bezetting en onderdrukking. Papoea leiders en gemeenschappen worden buitengesloten bij belangrijke beslissingen. Politieke, culturele en religieuze rechten worden steeds verder ingeperkt. De hoop op een vreedzaam pad naar zelfbestuur, opgebouwd in 1961, wordt doelbewust afgebroken.
1965
Oprichting Organisasi Papua Merdeka
Permenas Ferry Awom, een voormalig sergeant van het Papoea Vrijwilligerskorps (PVK) afkomstig uit Biak richt in Manokwari de Organisasi Papua Merdeka (OPM) op – de organisatie voor een vrij West Papua. Het is een reactie op de Indonesische annexatie van West Papua. Op 28 juli 1965 leidt Awom een van de eerste grote gewapende acties van de OPM: de aanval op een Indonesische legerkazerne in Arfai, Manokwari met ongeveer 400 strijders. De OPM voert vanuit het binnenland en grensgebieden vreedzaam én gewapend verzet tegen Indonesisch gezag. De militaire tak van de OPM is TPN-PB: Tentara Penbebasan Nasional – Papua Barat die tot op de dag van vandaag de gewapende vrijheidsstrijd voortzet.
1967
Groeiend Papoea verzet
In januari organiseren ruim 14.000 Arfak Papoea’s een opstand. Indonesië reageert met ‘Operasi Bratayudha’ die moet ‘de groep van 14.000 man met 1000 wapens onder leiding van Ferry Awom vermorzelen en de Vogelkop onder controle krijgen’. Hoewel er vele doden en gewonden vallen, slaagt het Indonesische leger er niet in om Ferry Awom gevangen te nemen en is het leger niet opgewassen tegen de guerrilla-tactieken van de OPM. De OPM intensiveert zijn aanvallen.
In aanloop naar de Act of Free Choice groeit het verzet en daarmee ook de militaire represailles op de bevolking. Als de bevolking van Wagete en Enarotali Indonesische leraren, ambtenaren en soldaten weigert te accepteren, voert het Indonesische leger zware luchtaanvallen uit. Er vallen enkele duizenden doden en honderden mensen slaan op de vlucht het bos in.
Indonesië verleent Freeport McMoRan mijnbouwrechten
Dit gebeurt nog voor de officiële ‘overdracht’ van West Papua aan Indonesië in 1969. Het benadrukt de frauduleuze gang van zaken bij de ‘Act of Free Choice’: de uitslag staat in feite al vast. Het omstreden mijnbouwproject wordt vervolgens de grootste goudmijn en derde grootste kopermijn ter wereld. Freeport McMoRan start met grootschalige mijnbouw, zonder instemming van lokale gemeenschappen.
1969
4 augustus: “Act of Free Choice”
Indonesië organiseert een ‘volksraadpleging’ waarbij slechts 1.025 zorgvuldig geselecteerde Papoea’s onder zware militaire druk in het openbaar hun steun moeten betuigen aan aansluiting bij Indonesië. Hoewel het proces formeel onder VN-toezicht staat, ontbreekt echte controle. Voor veel Papoea’s is dit een schijnvertoning die het recht op zelfbeschikking ondermijnt. Papoealeiders reizen af naar new York maar wordt de tot het VN-gebouw ontzegd. Ze demonstreren buiten voor het VN gebouw terwijl er binnen over hun toekomst wordt beslist. Deze dag wordt nog altijd herinnerd als een moment van collectief verraad en verdriet – ‘de dag waarop alle Papoea’s huilden’.
1971
Proclamatie Republiek West Papua
Op 1 juli 1971 proclameren OPM brigadier-generaal Seth Jafeth Rumkorem en Jacob Henderik Prai, voorzitter van de Senaat, de onafhankelijkheid van de Republiek West Papua. De National Liberation Council of West Papua, gevestigd in Nederland, adviseert Rumkorem en zijn medestanders de onafhankelijkheid uit te roepen voorafgaand aan de Indonesische algemene verkiezingen. De proclamatie vindt plaats in Port Numbay (het huidige Jayapura) en is een directe reactie op de frauduleuze Act of Free Choice van 1969.
1973
Irian Jaya
Indonesië hernoemt West Papua tot Irian Jaya. Deze naam, bedacht door president Soeharto, betekent ‘Glorieus Irian’ en moest de ‘integratie’ van het gebied in Indonesië symboliseren. Voor veel Papoea’s was het juist een teken van koloniale overname en verlies van hun identiteit.
1975
Onafhankelijkheid Papua New Guinea
Op 16 september 1975 wordt het buurland Papua New Guinea officieel onafhankelijk van Australië, met Michael Somare als de eerste premier.
1984
Moord op Arnold Ap
Ap was een invloedrijke Papoea-antropoloog en muzikant die zich onvermoeibaar inzette voor het behoud en de promotie van de Papoea cultuur. Hij wordt op 26 april 1984 vermoord door Indonesische speciale troepen. Zijn nalatenschap blijft voortleven als inspiratiebron voor nieuwe generaties Papoea’s die strijden voor hun rechten en behoud van Papoea cultuur en identiteit.
Herleving van Papoea stem en identiteit
(1998–2005)
1998
Opleving Papoea nationalisme
Na de val van dictator Soeharto grijpen veel Papoea’s de ontstane politieke ruimte aan om zich openlijk uit te spreken. Voor het eerst in decennia worden massale bijeenkomsten gehouden, waar de roep om zelfbeschikking krachtig weerklinkt. De verboden Morgenster-vlag verschijnt opnieuw in het openbaar – niet alleen als symbool van onafhankelijkheid, maar ook als teken van hoop en waardigheid. Deze periode wordt ervaren als een heropleving van Papoea nationalisme en collectief bewustzijn, na jaren van onderdrukking en stilte.
Oprichting van de mensenrechtenorganisatie ELSHAM
Elsham (Instituut voor Onderzoek naar en Advocacy van Mensenrechten) onderzoekt mensenrechtenschendingen in West Papua en legt deze vast met het doel deze (inter)nationaal aan de kaak te stellen.
Papua land of Peace
Kerkelijke leiders – zowel katholiek als protestants – starten de campagne “Papua Land of Peace” (Tanah Damai) die dialoog en geweldloosheid promoten als alternatief voor de decennialange strijd.
1999
Team 100
Een groep van 100 prominente Papoea vertegenwoordigers – later bekend als Team 100 – reist in februari 1999 naar Jakarta om in gesprek te gaan met president B.J. Habibie. Tijdens deze ontmoeting spreken deze Papoea leiders onbevreesd uit dat zij volledige onafhankelijkheid van Indonesië wensen.
2000
Tweede Papoea Volkscongres
Een grootschalige volksraadpleging in Jayapura, bekend als het tweede Papoea volkscongres vindt plaats in Jayapura/Port Numbai. Duizenden afgevaardigden uit alle windstreken van West Papua nemen deel – sommigen leggen te voet honderden kilometers af. De Papoea Presidium Raad (PDP) wordt gevormd, een orgaan van 31 leiders (onder wie oud-gouverneur Theys Eluay als voorzitter) dat de verdere stappen richting zelfbeschikking gaat coördineren.
2001
Speciale Autonomie Wet (Otsus)
De Indonesische regering voert deze wet in om tegemoet te komen aan de wensen van de Papoea bevolking: Papoea’s krijgen meer zeggenschap over inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen en hun eigen bestuur. In de praktijk blijkt de wet eenzijdig opgelegd vanuit Jakarta en blijft de invloed beperkt tot een bestuurlijke elite. Corruptie, gebrekkige controle en gebrek aan politieke wil ondermijnen de beloften.
Moord op Theys Eluay
De speciale militaire eenheid Kopassus vermoordt Theys Eluay. Als voorzitter van de Papoea Presidium Raad en voorstander van vreedzaam verzet is dit tegelijkertijd een waarschuwing aan andere Papoea leiders.
Meer informatie over Theys Eluay
2003
Opsplitsing in provincies
Jakarta verwerpt de belofte van één autonoom Papoea gebied feitelijk op door de provincie in tweeën te splitsen (Provincie Papua en West Papua). Deze opsplitsing, zonder consultatie van Papoea’s, werd door velen gezien als een klassieke verdeel-en-heers strategie en een ondermijning van de speciale autonomie.
2005
Weigering Autonomiewet
De Papoea Adatraad (DAP, een raad van inheemse Papoea volkeren) organiseert een actie waarbij tienduizenden Papoea’s hun autonomiestatus symbolisch “terug geven” aan Jakarta – een doodskist met de tekst “Otsus” wordt door de straten van Jayapura gedragen. Voor de Papoea’s is de autonomie “ten dode” opgeschreven.
Exploitatie van land, negeren van rechten
(2005–2020)
2000–2010:
Begin van grootschalige ontbossing
In deze periode geeft Jakarta aanzienlijke delen bos vrij voor plantage-ontwikkeling. Greenpeace meldt dat sinds 2000 bijna een miljoen hectare bos in de provincie Papoea is vrijgegeven voor plantages, een gebied bijna twee keer zo groot als het eiland Bali.
2011-2012-2017:
Verdubbeling van het ontbossingstempo
Volgens gegevens van Global Forest Watch is het verlies aan boombedekking in West Papua tussen 2011 en 2012 bijna verdubbeld. Veel van dit verlies vind plaats in houtkapconcessies en, in mindere mate, palmolie- en houtvezelconcessies.
In de 5 jaar erna verschuift de ontbossing naar West Papua omdat de bossen in Sumatra en Kalimantan al zijn uitgeput. Het ontbossingstempo in het bergachtige binnenland van West Papua verdubbelt nog eens in deze periode vergeleken met de voorgaande vijf jaar. Deze toename wordt mede veroorzaakt door infrastructuurprojecten zoals de Trans-Papua Highway, die afgelegen gebieden toegankelijker maakten voor exploitatie.
2010
Opnieuw protest Autonomiewet
Zo’n 25.000 mensen bezetten het provincieparlement om het falen van de autonomie aan te kaarten. In datzelfde jaar komen pro-onafhankelijkheidsgroepen bijeen en vormen samen het Papoea Volkssecretariaat, op initiatief van pater Neles Tebay, die ook het Papuan Peace Network opricht.
2014
United Liberation Movement for West Papua (ULMWP)
Papoea’s in en buiten West Papua richten de ULMWP op. Hierin werken drie organisaties samen – Federal Republic of West Papua (NRFPB), National Coalition for Liberation (WPNCL) en West Papua National Parliament (PNWP). Ze lobbyen voor internationale steun voor een onafhankelijk West Papua volgens de Green State Vision. Dit doen ze op verschillende internationale fora, zoals de Melanesian Spearhead Group en de Pacific Islands Forum, bij Ngo’s en parlementariërs. Sinds 2024 is het leiderschap van de ULMWP gevestigd in West Papua zelf.
2019
Papua Uprising
De grootste protesten in jaren in West Papua breken uit, later aangeduid als Papua Uprising. De trigger blijkt een racistisch incident in Surabaya waar Papoea studenten worden uitgemaakt voor honden en apen. De onderliggende woede en frustratie over het racisme tegen Papoea’s is voelbaar in de massale demonstraties die volgen. Studenten dragen spandoeken met leuzen als “Referendum voor Papua”. Online gaat #Papuanlivesmatter viraal. De Indonesische regering reageert met extra veiligheidstroepen, internetblokkades en de arrestatie van tientallen Papoea’s.
Een kantelpunt?
(2021–heden)
2021
Ontbossing ter grootte van Maastricht
West Papua verliest een bosgebied ongeveer ter grootte van de stad Maastricht, voornamelijk door activiteiten van pulp- en palmoliebedrijven. Satellietbeelden en veldonderzoeken toonden aan dat 5.810 hectare bos werd ontbost, waarvan het grootste deel binnen houtkapconcessies viel.
2021
Gewapend verzet als terrorisme beschouwd
De Indonesische regering beschouwt de gewapende tak van het Papoea verzet officieel als een terroristische organisatie, ook wel KKB genoemd wat “Gewapende Criminele Groep” betekent. Hoewel ze de OPM niet expliciet bij naam noemen is duidelijk dat de maatregel is gericht op militaire verzetsgroepen in West Papua, zoals het Papoea vrijheidsleger TPN-PB.
2022
Opdeling in nog meer provincies
Ondanks fel protest van veel maatschappelijke organisaties en kerken wordt West Papua verder opgedeeld. Naast de bestaande provincies Papua en West Papua komen er drie nieuwe bij: Zuid-Papua, Midden-Papua en Hoogland-Papua. Volgens critici is dit een bewuste poging om de Papoea identiteit en onderlinge solidariteit te verzwakken. Bovendien staat de verdeling haaks op de bedoelingen van de Autonomiewet.
2024
80.000 Papoea’s op de vlucht
Volgens lokale media en mensenrechtenorganisaties zijn in december meer dan 80.000 Papoea’s op de vlucht. Zij raakten ontheemd door gevechten en invallen tussen het leger en acties van het Papoea vrijheidsleger. Veel vee en huizen en vee worden vernietigd. Door de aanwezigheid van Indonesische militairen durven veel mensen niet terug te keren. Ze leven nu in noodkampen of bij familie, vaak zonder toegang tot schoon water, gezondheidszorg of andere basisvoorzieningen.
2024
Grootste ontbossingsproject ter wereld gestart
In 2024 begint in het Merauke-district een grootschalig project waarbij 2 miljoen hectare bos, wetlands en graslanden worden gerooid voor de aanleg van suikerrietplantages. Dit project wordt beschouwd als het grootste ontbossingsproject ter wereld. Het plan, dat wordt gesteund door de regering en het leger, vormt een catastrofale bedreiging voor de biodiversiteit en verdrijft Papoea gemeenschappen, waarbij hun bossen, heilige plaatsen en bestaansmiddelen worden vernietigd. Lokale bewoners melden landroof, dwang en militaire intimidatie, zonder dat er sprake is van echte toestemming. Milieuactivisten waarschuwen voor onomkeerbare ecologische schade en schendingen van de mensenrechten. Het project gaat ten koste van de zelfbeschikking en het voortbestaan van de Papoea cultuur.
2025
overige ontwikkelingen in West Papua
Culturele initiatieven, jongerenbewegingen en diaspora-netwerken worden steeds belangrijker in het levend houden van Papoea identiteit. Muziek, kunst en lokale rituelen worden ingezet als vorm van verzet en herinnering. Voor veel Papoea’s draait de strijd niet alleen om onafhankelijkheid, maar ook om herstel van rechtvaardigheid, zeggenschap over het eigen land en behoud van hun identiteit en cultuur.
Internationale solidariteit groeit, mede door inzet van Papoea’s zelf die op diplomatiek niveau, via de media en in mensenrechtenfora aandacht vragen voor hun situatie. Vreedzaam verzet staat centraal, met nadruk op rechtvaardigheid en waardigheid.
Papoea leiders, kerken, jongerenbewegingen en mensenrechtenorganisaties blijven pleiten voor dialoog en erkenning van wat er is gebeurd. Indonesië houdt vast aan nationale eenheid en wijst internationale bemiddeling af.
1961-2025
Militaire operaties in West Papua
Sinds 1961 zijn naar schatting 500.000 Papoea’s vermoord als gevolg van buitensporig geweld, represailles en speciale operaties door het leger. West Papua is de meest gemilitariseerde provincie van Indonesië. Het doel van militaire operaties is het elimineren van de onafhankelijkheidsstrijd van het Papoea vrijheidsleger (TPN-PB) voor een vrij West Papua. Human Rights Watch heeft vaak haar zorgen geuit over mensenrechtenschendingen tijdens deze operaties, waaronder buitengerechtelijke executies en het gebruik van buitensporig geweld tegen de inheemse bevolking. Enkele militaire operaties sinds 1961 zijn:
Operatie Trikora (1961-1962)
Operatie Jayawijaya (1963-1965)
Operatie Misnumurti (1963-1965)
Operation Sadar (1965): 1965-1967: ofwel
Operatie bewustzijn door het Indonesische leger met als doel ‘elke groep die in Manokwari, Warmare en Kebar actief is vernietigen’. Nog geen week later breidt het leger de operatie uit in heel West Papua. Vele arrestaties, executies, en het begin van langdurige militaire aanwezigheid.
Operatie Bratayudha (1966-1967)
Operatie Wibawa (1967)
Operatie Pepera (1961-1969)
Operatie Tumpas (1967-1970)
Operatie Pamungkas (1971-1977)
Operatie koteka: tijdens deze periode voerde het Indonesische leger militaire operaties uit in de Centrale Hooglanden van Papua, waarbij naar schatting 4.146 Papoea’s, waaronder kinderen en ouderen, worden gedood. Dit is gedocumenteerd in het rapport “The Neglected Genocide” (1977-1978)
Operatie Senyum (1979-1980)
Operatie Clean sweep (1981)
Operatie Gagak 1 (1983-1986)
Operatie Kasuari 1 (1986-1987), 2 (1988-1990)
Operatie Rajawali 1 (1989-1990), 2 (1990-1995)
Operatie Sadar Matoa 1 (1998-2000), 2 (2001-2004), 3 Operation (2004-2005)
Operatie Damai Cartens 1 (2005-2009), 2 (2009-2015), 3 (2015-2020) 4 sinds 2020 en nog steeds voortduurt.
Publicaties over genocide in West Papua
De Allard K. Lowenstein International Human Rights Clinic van de Yale universiteit onderzoekt of het Genocideverdrag op het optreden van Indonesië in West Papua van toepassing is (2004). De conclusie: de acties van de Indonesische regering in West Papua voldoen mogelijk aan de criteria voor genocide zoals gedefinieerd in het internationaal recht.
Een ander belangrijk onderzoek: ‘A Slow-Motion Genocide: Indonesian Rule in West Papua’, (2013) stelt dat hetgeen de Indonesische regering in West Papua sinds de jaren zestig doet voldoet aan de criteria voor genocide zoals gedefinieerd in het Genocideverdrag van de Verenigde Naties van 1948. Ze wijzen op systematische moorden, het toebrengen van ernstig lichamelijk en geestelijk letsel en het opzettelijk creëren van levensomstandigheden bedoeld om het volk van West Papua als aparte groep te vernietigen. De term “slow-motion genocide” wordt gebruikt om het langdurige en voortdurende karakter van deze acties, die al tientallen jaren aan de gang zijn, te beschrijven.
Het Simon Skjodt Center for the Prevention of Genocide, onderdeel van het Holocaust Memorial in de VS, waarschuwt in een rapport (juli 2022) voor mogelijke massale wreedheden in West Papua. Volgens het centrum is het risico op genocide groot als vroege waarschuwingssignalen van de kritieke situatie in West Papua worden genegeerd.
- Yale report
- Slow motion genocide:
(Dr. Jim Elmslie en Dr. Camellia Webb-Gannon) - “Don’t Abandon Us”
PREVENTING MASS ATROCITIES IN PAPUA, INDONESIA - Human Rights and Militarism in West Papua 2017 – 2022
Literatuur
- Koloniale periode en eerste contacten: Budiardjo & Liem (1988) beschrijven de vroege Europese verkenning en de Nederlandse claim in 1828. De territoriale grens werd vastgesteld in 1848 (ibid.).
- Papoea-verzet onder Nederlands bestuur: MacLeod (2015) noteert 42 opstanden tussen 1850-1939. De Koreri-beweging van 1938 wordt uitvoerig geanalyseerd als vroege vorm van nationalisme.
- Dekolonisatie en Nieuw-Guinea-kwestie: Het Papoea-parlement en vlaghijsen op 1-12-1961 zijn gedocumenteerd in MacLeod (2018). De daaropvolgende Indonesische dreiging en het New York Agreement (1962) staan beschreven in dezelfde bron. Over de Act of Free Choice in 1969 en de VN-resolutie bestaan kritische analyses, zie bijv. de ICNC-publicatie.
- Indonesisch bewind en OPM: Tapol-rapporten (Budiardjo, Liem Soei Liong, 1983) beschrijven de vroege OPM-opstanden in 1965. Indonesische ontkenning van Papoea-identiteit blijkt uit beleid, zie Budiardjo. Freeports komst in 1967 en de mijnbouwimpact worden gedetailleerd in Tapols verslag. Mensenrechtenschendingen en slachtoffers (bv. 100.000+ doden) zijn gemeld door o.a. Journal of Genocide Research. En het Tapol Resource-centre: https://tapol.org/resource-centre
- Reformasi en vreedzaam verzet: MacLeod (2015) geeft een overzicht van de protesten na 1998 en het Team 100 bezoek aan Habibie in 1999. De vorming van de PDP en ELSHAM in 2000 worden daar ook genoemd. Theys Eluay’s moord in 2001 is bevestigd door meerdere bronnen. De Speciale Autonomiewet van 2001 en beperkingen ervan zijn geanalyseerd in ICG-rapporten en door MacLeod.
- Recente ontwikkelingen en mensenrechten: Reuters berichtte uitvoerig over de protesten van 2019 en het internetblokkeerbeleid (SafeNET). Het aanhoudende karakter van het conflict en de roep om dialoog zijn beschreven door Tebay (2005) en MacLeod (2011). De rol van Ngo’s en de beperkingen die zij ondervinden, wordt benoemd in MacLeod (2015).